Zaadgoed staat aan de basis van bijna al onze landbouwgewassen. Veel van deze cultuurgewassen worden al duizenden jaren geteeld, en in die tijd is er een enorme rijkdom aan gewassen en rassen ontstaan. Tot voor kort selecteerde iedere boer zorgvuldig de planten met de meest geschikte eigenschappen, zoals plantgezondheid, een rijke smaak en een goede opbrengst. Deze liet hij samen afbloeien, om het jaar daarop weer uit te zaaien.
Hier komt ook het oude gezegde vandaan: “Ieder straatje, zijn eigen zaadje.”
De gewassen die via deze traditionele selectiemethoden zijn ontwikkeld en in stand gehouden, zijn zaadvaste rassen. Zaadvast betekent dat de eigenschappen van de planten generatie na generatie stabiel blijven. Zaai je de gewonnen zaden opnieuw uit, dan groeien er planten met dezelfde kenmerken als de vorige generatie. In het Engels spreekt men van open-pollinated seeds, ofwel vrij bestoven zaden. Dat betekent dat de planten vrij bestoven worden door insecten, de wind of zichzelf, en zo hun genetische diversiteit kunnen behouden. Door deze genetische diversiteit hebben zaadvaste rassen het vermogen om zich aan te passen aan lokale omstandigheden en mee te bewegen met wisselende teelt- en klimaatomstandigheden.
Door intensivering, specialisatie en schaalvergroting is de landbouw drastisch veranderd in de loop van de twintigste eeuw. Doordat we met kunstmest en bestrijdingsmiddelen teeltomstandigheden steeds beter kunnen beheersen, zijn planten afgelopen decennia steeds meer geselecteerd op uniformiteit, opbrengst en vermarktbaarheid. Met het oog op efficiëntie zijn eigenschappen als smaak, voedingswaarde en diversiteit in de loop der jaren minder belangrijk geworden.
Daardoor worden in de moderne landbouw voor veel gewassen voornamelijk hybride rassen geteeld. Hybride rassen ontstaan door het kruisen van twee sterk ingeteelde ouderlijnen. In de eerste generatie van zo’n kruising (F1) kan een zogenoemd heterosiseffect optreden: planten combineren eigenschappen van beide ouders en vertonen vaak een sterke groeikracht en een grote uniformiteit. Dit maakt hybride rassen vaak beter geschikt voor grootschalige, gemechaniseerde landbouwsystemen.
Deze eigenschappen vormen echter een tijdelijk, instabiel hoogtepunt. Wanneer van deze eerste generatie opnieuw zaad wordt gewonnen (F2), vallen de eigenschappen uiteen en ontstaat er een grote variatie binnen het gewas. De gewenste uniformiteit en groeikracht keren niet terug, waardoor het ras niet geschikt is om zelf verder te vermeerderen. Dit betekent dat boeren bij hybride rassen afhankelijk zijn van jaarlijkse zaadaankoop bij zaadbedrijven.
Naast hybride veredeling zijn er in de afgelopen decennia ook technieken ontwikkeld die direct ingrijpen op het DNA-niveau van de plant. Deze maken het mogelijk om eigenschappen aan planten toe te voegen of te wijzigen. Binnen de biologische landbouw wordt echter gewerkt volgens het voorzorgsprincipe en vindt veredeling uitsluitend plaats via natuurlijke voortplantingsprocessen, die niet verder gaan dan het celniveau van de plant. Technieken die ingrijpen in het DNA van planten passen niet binnen deze uitgangspunten. Door veranderende regelgeving, en patenten op planteigenschappen wordt het steeds moeilijker om genetische vervuiling van biologisch zaadgoed te voorkomen en om zaadgoed vrij beschikbaar te houden.
Op de Odin boerderij De Beersche Hoeve pakken we het anders aan. De groenterassen die De Beersche Hoeve teelt en ontwikkelt zijn niet alleen vrij, maar ook zaadvast. Dat wil zeggen dat uit het zaad van deze rassen planten groeien met dezelfde eigenschappen als de ouders, maar met kleine variaties. Net als in de natuur. Tuinders die de zaden kopen van deze rassen, kunnen uit de groenten die daaruit groeien zelf weer nieuw zaad oogsten. Ze kunnen daarbij selecteren op de eigenschappen die het beste passen bij hun omstandigheden. Zo helpen we tuinders om onafhankelijk te worden van de multinationals en zorgen we er voor dat zaden beschikbaar blijven voor iedereen.
Daarom stimuleren Odin, De Beersche Hoeve en andere ketenpartners samen de teelt en ontwikkeling van zaadvaste rassen voor de biologische en biodynamische sector. Zo voorkomen we verdere verschraling van het agrarisch landschap en zorgen we ervoor dat duizenden jaren aan cultureel erfgoed niet in één generatie verloren gaan.
Door samen te werken met boeren, veredelaars en andere ketenpartijen zorgen we ervoor dat steeds meer zaadvaste groenten hun weg vinden naar onze winkels. Daarmee stimuleren we direct de teelt van deze gewassen op het land. Tegelijkertijd werken we aan de ontwikkeling van nieuwe rassen, om het aanbod van zaadvaste gewassen voor de professionele teelt te verbreden.
In de komende jaren zal Odin voor steeds meer gewasgroepen overstappen op zaadvaste rassen, te beginnen met bieten, wortelen en pompoenen. Dit vraagt aanpassingen van telers, inkoop én consumenten. Zo bouwen we samen stap voor stap aan een eerlijke en duurzame voedselketen.
Je kunt op verschillende manieren bijdragen aan de ontwikkeling en instandhouding van zaadvaste rassen. Allereerst door in onze winkels bewust te kiezen voor zaadvaste groenten. Deze zijn te herkennen aan het volgende logo:

Wil je een stap verder gaan? Word dan vriend van De Beersche Hoeve en steun direct het werk aan de instandhouding en ontwikkeling van zaadvaste rassen op onze boerderij.
Nog meer doen? Via het fonds New Definitions kun je bijdragen aan onderzoek en veredeling van nieuwe zaadvaste rassen voor de toekomst.
Ook kun je deelnemen aan de smaakpanels die Odin organiseert. Zo ervaar je zelf het verschil in smaak, kwaliteit en diversiteit van zaadvaste gewassen.
Door iedere maand € 2 te schenken ondersteun je de Odin boerderij voor langere tijd.
Bestel onze zaadvaste producten eenvoudig online.