Het is helemaal niet moeilijk om zelf zoete gevulde mueslibolletjes te maken. Alleen goed kneden en dan wachten op de rijs. Je zou bijvoorbeeld ook op zaterdag het deeg kunnen maken. Koud wegzetten en op zondag kneed je er bolletjes van, laat die even rijzen en dan bak je ze in een kwartiertje af. Kunnen ze zo warm op tafel voor de paasbrunch of het zondagochtendontbijt. Je kunt ze na het bakken ook goed invriezen en voor gebruik even oppiepen in airfryer of oven.
10-12 stuks
45 minuten
2 uur rijstijd
2 uur en 45 minuten
1. Kneed de bloem samen met het meel, het lijnzaad, de havermoutvlokken, de suiker, de melk, de gist, één ei en het zout tot een soepel deeg. Voeg eventueel een klein beetje extra vocht toe als het deeg te droog is.
2. Kneed het deeg grondig gedurende 15–20 minuten met de hand, of korter met een keukenmachine, tot het elastisch en soepel aanvoelt.
3. Dek de kom af met een dubbelgevouwen theedoek en zet op een warme plek. Laat het deeg circa 1 uur rijzen.
4. Week ondertussen de abrikozen en dadels in een beetje warm water. Laat ze na 15 minuten uitlekken in een zeef en dep ze droog met een theedoek.
5. Voeg na de eerste rijs de hazelnoten, uitgelekte abrikozen, dadels en koek- en speculaaskruiden toe aan het deeg. Kneed of meng dit goed door.
6. Verdeel het deeg in 12 gelijke stukken en rol elk stuk tussen je handen tot een bolletje.
7. Leg de bollen op twee bakplaten, dek opnieuw af met de theedoek en laat nog 1 uur rijzen.
8. Verwarm ondertussen de oven voor op 220C.
9. Bestrijk de bollen met geklutst ei en bestrooi met wat extra zaadjes en havervlokken.
10. Bak de bollen in 12–14 minuten goudbruin en gaar. Hou ze goed in de gaten zodat ze niet te donker worden.